fotolijn

Nieuwe leiding, niet gekwalificeerd

Je bent pas begonnen als leidinggevende of je wilt leidinggevende worden bij je groep en je voldoet aan de minimumeisen voor de functie. Hoe word je dan leidinggevende op basisniveau of op gekwalificeerd niveau en waar moet je mee beginnen? 

De praktijkbegeleider in jouw groep zal samen met jou bekijken of je aan het basisniveau voldoet of misschien al (bijna) aan het gekwalificeerde niveau. Dit doe je door samen de competenties (een totaal aan vaardigheden, kennis en houding) door te nemen die je nodig hebt voor het basisniveau en voor het gekwalificeerde niveau. Afhankelijk van je ervaring vanuit het leidinggeven, je werk of je studie, zul je sommige competenties die nodig zijn al kunnen afvinken. Zo weet je precies wat je nog moet leren. Dat kan op verschillende manieren: door het volgen van trainingen in je eigen regio of ergens anders in Nederland (handig als je studeert; je kunt de training volgen in je studentenstad), door het opdoen van ervaring in je eigen groep of door stage te lopen bij een andere groep. 

In het kort: bij het basisniveau hoeven niet alle competenties aanwezig te zijn en is er het streven naar ontwikkeling van de hiervoor benodigde competenties. Bij het gekwalificeerde niveau zijn alle competenties ontwikkeld en voldoende aanwezig.

Waar moet je aan voldoen?

Als je leiding wilt worden bij Scouting, moet je voldoen aan de volgende minumumeisen:

  • Je onderschrijft de doelstelling en het huishoudelijk reglement van Scouting Nederland.
  • Je bent minimaal 18 jaar.
  • Je bent bereid tot ontwikkeling van de voor de rol (in deze speltak) geldende competenties binnen 8 maanden na aanvang functioneren.
  • Omgaan met jongeren vraagt om bewustzijn met betrekking tot gedragscodes, normen en waarden. Je sluit je aan bij het door Scouting Nederland gevoerde beleid op het gebied van omgangsvormen.
  • Je beschikt over een voor de rol geldige Verklaring Omtrent Gedrag en je onderschrijft de gedragscode.

Wat ga je doen om gekwalificeerd te worden?

Je wilt als leiding van basisniveau naar gekwalificeerd niveau, hoe ga je dit doen? Je maakt een afspraak met de praktijkbegeleider in de groep. Je downloadt de kwalificatiekaart en het functieprofiel van leidinggevende voor de speltak(ken) waar je leidinggevende voor bent.

De kwalificatie voor leidinggevende is onderverdeeld in twaalf deelkwalificaties. Deze twaalf deelkwalificaties bevatten weer de diverse competenties die je terugvindt op de kwalificatiekaart en in het functieprofiel. De twaalf deelkwalificaties worden in trainingen vaak modules genoemd. Op de kwalificatiekaart staat dit enkel vertaald naar doelen. De twaalf deelkwalificaties (modules) zijn hier te downloaden.

Je kunt een TOP opstellen (Talent Ontwikkel Plan) om je route naar gekwalificeerd leiding in kaart te brengen. Dit doe je samen met je praktijkbegeleider.

Hoe ga je de kwalificatie halen?

Je hebt met je praktijkbegeleider vastgesteld welke competenties je al in huis hebt en aan welke competenties je nog moet werken voor basis- of gekwalificeerd niveau en hoe je dit gaat doen. Dit staat in je TOP-formulier. Het streven is om binnen één Scoutingseizoen je kwalificatie te behalen. Je weet nu onder welke van de twaalf deelkwalificaties jouw leertraject zit.

Er zijn verschillende manieren om competenties te ontwikkelen:

  1. Je volgt een training in je regio of ergens anders in Nederland.
  2. Je leert in je eigen groep (van je medeleiding).
  3. Je leert bij een andere groep, je gaat stage lopen.

Training volgen

De meeste regio’s hebben een trainersteam dat speciaal opgeleid is om leidinggevenden te trainen in de twaalf deelkwalificaties. Deze deelkwalificaties bieden zij aan op avonden, dagdelen in een weekend of door middel van een weekendtraining (deze laatste past het beste bij een startende leidinggevende die nog veel moet leren). Je kunt je voor deze trainingen inschrijven via Scouts Online. De regio regelt dat de trainingen in Scouts Online staan met een inschrijfformulier. Ook zie je hier waar de trainingen in de regio worden gegeven en welke trainingen op andere plekken in Nederland gegeven worden. Je mag overal op training gaan, ook buiten je eigen regio.

Je leert in je eigen groep

Leren binnen je eigen groep kan bij je eigen speltak of bij een andere speltak. Daar waar de kennis over de competentie of deelkwalificatie aanwezig is, kun jij opgeleid worden. De praktijkbegeleider maakt de afspraken met degene die jou gaat opleiden of trainen. Deze persoon is natuurlijk zelf al gekwalificeerd. Tijdens het leertraject is er een tussenevaluatie met jouw begeleider en de praktijkbegeleider en een eindgesprek waarin de praktijkbegeleider beoordeelt of je de deelkwalificatie of competentie hebt behaald. In een tussenevaluatie kan er bijgestuurd worden of kunnen er nieuwe afspraken gemaakt worden. Je bespreekt de voortgang. In een eindbeoordeling kan de praktijkbegeleider jou op verschillende manieren beoordelen. Hij kan dit in een gesprek doen, jou vragen naar concreet materiaal of je vragen het geleerde in de praktijk te laten zien.

Je leert bij een andere groep

Leren bij een andere groep is ook een optie. Je zou dit stage lopen kunnen noemen. De praktijkbegeleider beoordeelt in welke groep jij mee kunt lopen en spreekt met de betreffende groep af wie jouw begeleider wordt. Ook in dit leertraject is er een tussenevaluatie en een eindgesprek waarin de praktijkbegeleider beoordeelt of je de deelkwalificatie of competentie hebt behaald.

Eindbeoordeling

De praktijkbegeleider vraagt voor jou de eindbeoordeling aan. De praktijkcoach beoordeelt of je voldoet aan alle competenties. Dit is iemand die binnen de regio onder andere de rol heeft om te beoordelen of iemand alle competenties in huis heeft voor gekwalificeerd niveau. De praktijkbegeleider is hierbij betrokken. De praktijkcoach beoordeelt dit door middel van een assessment: een gesprek waarin jij aantoont dat je over de benodigde informatie en competenties beschikt. Hij kan je ook observeren in de praktijk, dus tijdens een opkomst. Als de praktijkcoach en praktijkbegeleider vinden dat jij op gekwalificeerd niveau bent, dan zal de praktijkcoach jou in Scouts Online registreren als gekwalificeerd leidinggevende. Je krijgt hier een e-mail van. Het streven is dat je binnen één Scoutingseizoen je kwalificatie behaalt. Vervolgens kan je een kwalificatieteken aanvragen bij de ScoutShop. In de Kwalificatiewijzer kun je opzoeken door wie een bepaalde kwalificatie aangevraagd en geregistreerd kan worden in Scouts Online.

Verdieping en verder ontwikkelen

Wat Scouting betreft, is persoonlijke ontwikkeling een belangrijk thema. Binnen Scouting Academy zijn er verschillende mogelijkheden om je op allerlei vlakken verder te ontwikkelen.

  • Vrijwilligerswerk levert je wat op: aandacht voor persoonlijke ontwikkeling zorgt voor evenwicht tussen wat Scouting een vrijwilliger kost en wat het hem oplevert. Scouting is niet van de riante onkostenvergoedingen. Echter, wat we elkaar wel (naast plezier en vriendschap) kunnen geven, is een riante dosis persoonlijke ontwikkeling die van pas komt in je verdere leven, binnen én buiten Scouting.
  • Vrijwilligersbehoud: werk maken van persoonlijke ontwikkeling draagt ook bij aan vrijwilligersbehoud. Voor de korte termijn gaat het daarbij om de vraag of iemand zijn huidige functie goed aan kan. Ook als iemand gekwalificeerd is, kan het toch zijn dat hij tegen dingen aanloopt, of elementen van zijn functie beter wil doen. Daarmee aan de slag gaan, verhoogt de kans dat iemand de benoemingstermijn afmaakt en ‘bijtekent’. Voor de langere termijn gaat het om de koppeling van persoonlijke ontwikkeling aan de Scoutingloopbaan die de vrijwilliger ambieert. Of het nu is omdat iemand uitgekeken raakt op zijn huidige functie, of dat iemand de maximale benoemingsperiode heeft vol gemaakt, feit is dat Scouting een diversiteit aan functies te bieden heeft en dat persoonlijke ontwikkeling ertoe kan bijdragen dat iemand een nieuwe uitdaging oppakt die de vrijwilliger opnieuw kan binden.
  • Groei in kwaliteit: één van de speerpunten van Scouting. Daarbij is kwaliteit in het aanbieden en faciliteren van het Scoutingspel, oftewel de kwaliteit van vrijwilligers, een heel belangrijke factor. Ook om die reden vindt Scouting het van belang te investeren in persoonlijke ontwikkeling.
  • Persoonlijk gewin: wat je leert in Scouting is ook buiten Scouting van belang. Zo kan het zijn dat Scouting op je cv bijdraagt aan je sollicitatie, je kansen geeft in je werkloopbaan of van betekenis kan zijn in je studie.

Hoe ga je aan de slag?

Binnen Scouting kennen we twee verschillende soorten competenties. Functiegebonden competenties, vaardigheden die nodig zijn om je functie goed uit te kunnen voeren, en persoonlijke competenties, vaardigheden die je binnen Scouting opdoet en die zo omschreven zijn dat ze ook in de buitenwereld begrepen worden. Zo kun je 'in dezelfde taal' als die bijvoorbeeld op school gebruikt wordt, aantonen dat je binnen Scouting iets hebt geleerd of andersom. Dit hoef je dan niet opnieuw te leren.

Functiegebonden competenties

Binnen Scouting zijn er diverse functies met hun eigen functiegebonden competenties en daarmee hun eigen kwalificatie, bijvoorbeeld teamleider of trainer.

Je hebt een keuze gemaakt waarin je je verder wilt ontwikkelen. Samen met je praktijkbegeleider kun je een TOP (Talent Ontwikkel Plan) maken. Je maakt een TOP voor een functiegebonden kwalificatie. Je gaat zoeken waar je wat kunt leren. Misschien wil je een vervolg- of specialistische training volgen, wil je enkele kampspecialisaties halen of wil je leren hoe je om moet gaan met moeilijk gedrag bij kinderen.

Je maakt afspraken wie jou gaat begeleiden en stelt vast wanneer je het traject wilt afronden. De begeleiding kan bijvoorbeeld ook door een gekwalificeerd teamleider worden gedaan als je in de speltak één en ander wilt oefenen.

Bij elke training of cursus staat meestal wel beschreven wat het doel is en wat je na afloop kan en je moet het kunnen toepassen in de praktijk, er vaardiger in worden.

Persoonlijke competenties

Voor je persoonlijke competenties kun je gebruik maken van de competentieroos. Deze is gebaseerd op algemene competenties die door de buitenwereld ook begrepen worden. Er is een lege competentieroos die je kunt invullen. Je vult de roos voor jezelf in, alleen of met iemand samen. Het is goed om het resultaat altijd met iemand te bespreken. Soms kan het zijn dat je door een gesprek over een onderdeel helder krijgt hoe ver je met de competentie bent en tot hoe ver je die competentie wilt ontwikkelen. Bij de competentieroos is een handleiding gemaakt, die tekst en uitleg geeft bij het invullen ervan. Ook is er een vereenvoudigde versie, gemaakt door Regio Zeeland.

De persoonlijke competenties zijn terug te vinden in het functieprofiel van leidinggevende. Er zijn namelijk raakvlakken tussen de persoonlijke competenties en de functiegebonden competenties. Deze zie je terug in de functiebeschrijving, onder ‘taken’, in de kolommen.

Hoe ga je andere kwalificaties halen?

Functiegebonden competenties

De functiegebonden competenties kun je op drie manieren opdoen:

  1. Je volgt een training in je regio of tijdens landelijke evenementen als Scout-In.
  2. Je leert in je eigen groep (van je medeleiding).
  3. Je leert bij een andere groep, je gaat stage lopen.
Training volgen in de regio of op landelijke evenementen

De meeste regio’s hebben een trainersteam. Zij bieden ook vervolg- of specialistische trainingen aan. Deze training bieden zij meestal aan op avonden of dagdelen in een weekend. Sommige regio’s doen dit in combinatie met een spelraad of hebben een workshopdag.

Je kunt je voor deze trainingen inschrijven via Scouts Online. De regio regelt dat de trainingen in Scouts Online staan met een inschrijfformulier. Indien jouw regio de training niet aanbiedt, kan je in elke andere regio in Nederland een training volgen. Ook handig als je studeert, je kunt dan ook in de regio van je studentenstad een training volgen.

Landelijk worden er ook evenementen georganiseerd waar je kan deelnemen aan diverse workshops en trainingen, zoals de Scout-In.

Je leert in je eigen groep

Leren binnen je eigen groep kan bij je eigen speltak of bij een andere speltak. Daar waar de kennis aanwezig is, kun jij opgeleid worden. De praktijkbegeleider maakt de afspraken met degene die jou gaat opleiden of trainen. Deze persoon is natuurlijk zelf ook gekwalificeerd. Tijdens het leertraject is er een tussenevaluatie met jouw begeleider en de praktijkbegeleider, en een eindgesprek waarin de praktijkbegeleider beoordeelt of je de deelkwalificatie of competentie hebt behaald. In een tussenevaluatie kan er bijgestuurd worden of kunnen er nieuwe afspraken gemaakt worden. Je bespreekt de voortgang. In een eindbeoordeling kan de praktijkbegeleider jou op verschillende manieren beoordelen. Hij kan dit in een gesprek doen, jou vragen naar concreet materiaal of vragen aan je om het geleerde in de praktijk te laten zien. Een voorbeeld is leren pionieren.

Je leert bij een andere groep

Leren bij een andere groep is ook een optie. Je kunt dit stage lopen noemen. De praktijkbegeleider beoordeelt in welke groep jij mee kunt lopen en spreekt met de desbetreffende groep af wie jouw begeleider wordt. Ook in dit leertraject is er een tussenevaluatie en een eindgesprek waarin de praktijkbegeleider beoordeelt of je de competentie of deelkwalificatie hebt behaald.
In een tussenevaluatie kan er bijgestuurd worden of kunnen er nieuwe afspraken gemaakt worden. Je bespreekt de voortgang. In een eindbeoordeling kan de praktijkbegeleider jou op verschillende manieren beoordelen. Hij kan dit in een gesprek doen, jou vragen naar concreet materiaal of je vragen het in de praktijk te laten zien. Je kunt bijvoorbeeld leren hakken en zagen bij een andere groep, omdat zij hier heel bekwaam in zijn.

Persoonlijke competenties

Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden:

  • Met en van elkaar leren binnen het eigen team, door (positieve en negatieve) feedback te geven en collegiale coaching.
  • Coaching door iemand van buiten het eigen team. Bijvoorbeeld de groepsbegeleider of de coördinator vrijwilligersbeleid (HRM). Zij kunnen jou coachen in jouw leervraag of zij kunnen je helpen iemand te vinden die een coach is. De ervaring leert dat de meeste mensen het erg leuk vinden een ander te helpen om de competenties te verbeteren.
  • Deelname aan activiteiten of trainingen, zoals de Landelijke Scoutiviteit, Scout-In, de Gillwel training of internationale seminars.

Je kunt natuurlijk ook je persoonlijke competenties ontwikkelen door op een ander niveau vrijwilliger te worden. Denk dan aan:

Eindbeoordeling

De praktijkbegeleider vraagt voor jou de eindbeoordeling aan. De praktijkcoach beoordeelt of je voldoet aan alle competenties. Dit is iemand die binnen de regio onder andere de rol heeft om te beoordelen of iemand alle competenties in huis heeft voor gekwalificeerd niveau. De praktijkbegeleider is hierbij betrokken. De praktijkcoach beoordeelt dit door middel van een assessment: een gesprek waarin jij aantoont dat je over de benodigde informatie en competenties beschikt. Hij kan je ook observeren in de praktijk, dus tijdens een opkomst. Als de praktijkcoach en praktijkbegeleider vinden dat jij op gekwalificeerd niveau bent, dan zal de praktijkcoach jou in Scouts Online registreren als gekwalificeerd leidinggevende. Je krijgt hier een e-mail van. Het streven is dat je binnen één Scoutingseizoen je kwalificatie behaalt. Vervolgens kan je een kwalificatieteken aanvragen bij de ScoutShop. In de Kwalificatiewijzer kun je opzoeken door wie een bepaalde kwalificatie aangevraagd en geregistreerd kan worden in Scouts Online.