fotolijn

Meiden in Scouting

Hoewel Scouting een vereniging voor jongens en meiden is, trekt het aanbod meer jongens dan meiden. De laatste jaren is het aantal meisjes dat in Nederland op Scouting zit, gedaald naar 3 op de 10. Uit onderzoek naar de ledendaling blijkt dat er een tekort is van 17.000 meiden per jaar ten opzichte van de jongens. Dat zijn getallen die er niet om liegen. Groepen kunnen hiermee nog flink groeien omdat meiden in dezelfde gebieden wonen waar nu de jongensleden vandaan komen. Hoe pak je dat aan?

Girls only

Er is gebleken dat de principes van Scouting nog steeds aansluiten op de behoeften van meiden, maar het is wel belangrijk dit met andere activiteiten in te vullen. Ook blijkt Scouting ‘zonder mannen’ heel anders en dit valt bij veel meiden in de smaak.

Gemengd of ongemengd?

Een deel van de daling in het aantal meiden (maar ook in het aantal jongens) is te wijten aan het opheffen of samengaan van speltakken. Als het ledenaantal terugloopt, voegen veel groepen jongens en meiden samen in een gemengde speltak. Een prima oplossing, maar je loopt wel het risico dat het specifieke spel voor jongens en meiden verloren gaat in een uniseks programma. Dit kun je wellicht voorkomen door bijvoorbeeld ook activiteiten los van elkaar te doen. Daarnaast speelt de samenstelling van het leidingteam een belangrijke rol. Lees meer over gemengd of ongemengd draaien en de leidingmix.

Jongens versus meiden

Meiden en jongens in ongemengde speltakken waarderen Scouting beter dan in gemengde speltakken. Jongens reageren vrij neutraal op de aanwezigheid van meiden, terwijl meiden juist sterk negatief reageren op de aanwezigheid van jongens.

Probeer daar als leiding rekening mee te houden. Meiden doen meestal wel mee met jongensactiviteiten, maar niet andersom. Vanaf de scoutsleeftijd (11-15 jaar) is het programma veelal gericht op outdoor en survival, onderdelen die de meeste meiden minder leuk vinden. Terwijl jongens het na de scouts nog prima naar hun zin hebben met dezelfde soort activiteiten (maar dan uitdagender en zwaarder), tonen veel meiden juist meer interesse in verscheidenheid en variatie. Zij willen vooral nieuwe dingen doen en beleven. Als leidinggevende kun je hierop inspringen door een breed en vernieuwend spelaanbod te bieden.

Andere focus: meer met elkaar

Het blijkt dat veel meiden afhaken bij het overvliegen. Een oplossing kan zijn meiden gezamenlijk te laten overvliegen, in plaats van individueel. Daarnaast kun je in het programma meer aandacht besteden aan momenten waarop de meiden met elkaar samen zijn, zonder dat er al te veel activiteit plaatsvindt. Denk aan gezelligheid delen in de groep, creativiteit en samenleving en het beperken van stoere actie (bijvoorbeeld minder pionieren). Kortom: meer op elkaar en minder op doen gericht. Je kunt bijvoorbeeld tijdens opkomsten gescheiden draaien of subgroepen indelen naar geslacht.

Instroom en doorstroom

Het grootste deel van het tekort aan meiden ontstaat door gebrekkige instroom en behoud van meiden bij de bevers-, welpen- en scoutsleeftijd. Dit geldt overigens ook voor jongens, want 60% van de jeugdleden komt niet verder dan één speltak. Bij de scouts en explorers zijn er ondertussen veel meiden afgehaakt; het aantal meiden is gedaald van ongeveer 45% bij de bevers tot 30% bij de roverscouts. Het programma biedt allerlei handvatten voor een meideninvulling. Houd hier in je spelaanbod rekening mee en denk eens na over het scheiden van speltakken of het gescheiden aanbieden van bepaalde activiteiten.

Delen op: