fotolijn

Scouting in de praktijk: hoe is de kwaliteit van de programma's van onze groepen?

In 2010 is een nieuwe Scouting spelvisie en –methode ontwikkeld. Met dit onderzoek wordt inzicht verkregen in de toepassing van de op de spelvisie gebaseerde nieuwe spelmethode sinds de introductie in 2010, de huidige kwaliteit van de activiteitenprogramma’s en de ondersteuningsbehoeften hiervoor vanuit Scoutinggroepen. In totaal hebben bijna 4000 respondenten aan het onderzoek deelgenomen.

Het onderzoek

De vertaling van het begrip ‘kwaliteit van de activiteitenprogramma’s’ in het onderzoek is daarbij gebaseerd op de toekomstvisie ‘Scouts uitte dagen zich persoonlijk te ontwikkelen en daarbijmet elkaar veel plezier te beleven’. Hiervoor zijn in het onderzoek 4 kwaliteitskenmerken gehanteerd:

  • Plezier (hoe ‘leuk’ vinden de leden de activiteitenprogramma’s);
  • Uitdaging en ontwikkeling (voelen leden zich uitgedaagd en wat leren ze van Scouting);
  • Spelvisie- en methode, dat wil zeggen: zijn de activiteitenprogramma’s gebaseerd op deelementen van de spelvisie en –methode;
  • Eigen waardering van de kwaliteit van de activiteitenprogramma’s door leden en ouders.

Belangrijkste uitkomsten

  • De elementen van de spelmethode en doorlopende leerlijn komen in de activiteitenprogramma’s van veel groepen naar voren.
  • De kwaliteit van de activiteitenprogramma’s in de speltakken worden door de ouders, jeugd- en kaderleden en praktijkbegeleiders over het algemeen als zeer positief beoordeeld.
  • De activiteiten worden door leden van alle speltakken meestal (erg) leuk gevonden en de (bege)leiding (erg) aardig.
  • De elementen van de Scoutingmethode en de doorlopende leerlijn komen in de activiteitenprogramma’s van de oudere speltakken (explorers en roverscouts) minder goed uit de verf.
  • De speltips in @-scout en activiteitenbank, het insignepakket en de workshops en trainingen worden veelvuldig gebruikt.
  • Er worden vele vormen van ondersteuning vanuit de vereniging geboden, maar het landelijk beleid blijkt aan de andere kant niet altijd aan te sluiten bij de praktijk en de ondersteuningsbehoeften van de groepen.
  • Naast ondersteuning in de vorm van producten, diensten en beleid, blijken ouders van jeugdleden vaak een extra hulpbron voor de groep te zijn. Ouders blijken daarbij nog veel meer en vaker te willen helpen als dat nodig is.
  • Tot slot is de behoefte aan een eigen identiteit door waterscouts het vermelden waard. Slechts een kwart van de waterscouts vindt het belangrijk om samen met de land- en luchtscouts één vereniging te vormen.

Meer weten?

Wil je de rest van de samenvatting lezen, of het hele onderzoeksrapport?